WAT STAAT ME TE WACHTEN?
U komt binnen. De dokter en U stellen zich aan elkaar voor. Hij vraagt U een formulier in te vullen met wat gegevens over U zelf en de reden waarom U bij hem komt. Waarschijnlijk vraagt hij na het lezen van het ingevulde formulier een en ander.
Dan komt er een vraag:
Als U vandaag niet bij mij zo komen, (zo zal U gevraagd worden), hoe denkt U dat het dan in het leven met U zal aflopen, goed of slecht. Het lijkt een moeilijke vraag; dat klopt. Het is misschien wel de moeilijkste vraag, die U in uw leven te beantwoorden zult krijgen.
Toch stelt de dokter U die vraag. Hij is niet tevreden totdat U die vraag beantwoord hebt.
Als U er niet rechtstreeks of ontwijkend op antwoordt, krijgt U ruim de tijd, om alsnog te kiezen tussen de twee. Doet U dat niet, dan zult U zeer waarschijnlijk te horen krijgen, dat U dan beter terug kunt gaan waar U vandaan kwam, want tot die vraag simpelweg is beantwoord met goed of slecht, kan hij niets voor U doen en kunnen U en hij de tijd nuttiger besteden.
Als U antwoordt dat U denkt dat het goed zal aflopen, als U hier niet gekomen zou zijn, zult u eveneens te horen krijgen, dat U ook dan beter terug kunt gaan, ook dan kunt U beiden de tijd beter gebruiken dan door verder te praten.
Als U zegt dat U denkt dat het slecht met U zal aflopen als U niet hier komt, wordt U iets anders gevraagd: op welke manier denkt u dat het slecht met U afloopt als U niet komt.
De persoon met wie U praat heeft daarover nagedacht en er met vele anderen over gepraat. Ze zijn ervan overtuigd geraakt dat er vier manieren zijn waarop het slecht met mensen kan aflopen: voortijdig sterven, vereenzamen, gek worden en in de goot komen, totaal afhankelijk van de hulp van anderen.
Als U ook daarop geantwoord hebt, zal er waarschijnlijk een gesprek daarover ontstaan, tot het voor de dokter helder is, wat U daarover denkt.
Dan komt er een derde vaag: wat vermijdt U door het op die manier slecht te laten aflopen? Dan zult U zeer waarschijnlijk terugzeggen, dat U een van de andere drie manieren waarop het slecht met U kan aflopen, nog erger vindt, en welke van die drie.
Als U daarmee voor de draad gekomen bent, is het duidelijk, dat U niet gek bent, door zo te doen als U doet, de voornaamste hobbel is genomen.
Want nu kunnen hij en U samen overleggen, hoe het behandelingsplan zal worden. Het is van te voren niet te zeggen, welk dat zal zijn, dat hangt van vele zaken af. Het uiteindelijk doel van de behandeling zal zijn, dat U gaat inzien, dat het verschrikkelijke van de afschrikwekkende uitkomst niet zo afschrikwekkend blijkt als U wel denkt en dat U het niet meer nodig hebt om de zaak slecht te laten aflopen.